Vorige pagina

In de zomermaanden was de Hortus ook te betreden via een tweede ingang, bij het zogenoemde Talcotthuisje. Maar waarom heet dat huisje zo en waarom staat er uberhaupt zo'n huisje op het terrein van de Hortus? We zochten het uit.

Het verhaal begint bij Andrew Talcott. Hij werd geboren in 1797, in Glastonbury, Connecticut. Hij volgde een opleiding aan de militaire academy West Point, waarna hij bij het leger ging en een carrière startte als civiel ingenieur. Daar hield hij zich bezig met het ontwerpen en bouwen van forten, bruggen en spoorlijnen in zowel de VS als Mexico. Maar Talcott had nog meer ambities, hij wilde namelijk graag een methode uitvinden waarmee hij de breedtegraad, de afstand ten noorden of ten zuiden van de evenaar, kon meten. Hiermee kan je namelijk allemaal handige dingen bepalen, zoals meridiaanlijnen, coördinaten en andere astronomische gegevens.

Hij ontwikkelde een methode waarmee men de tijd en plaats kon bepalen door de afstand tussen bepaalde sterren, zoals de Poolster, en de aarde te meten. De afstand tussen de sterren en de aarde heet het zenit, het hoogste punt van de hemel gezien vanuit het punt waar de waarnemer, of de ster, staat. Dit was ook weer handig voor de bepaling van meridiaanlijnen, waaraan men de precieze tijd op een bepaalde plek kan meten.

In 1861 opende de Oude Sterrewacht zijn deuren op het terrein van de Leidse Hortus. Dit was hét astronomisch centrum van Nederland en werd uitgerust met de beste sterrenkijkers die de Universiteit Leiden maar kon verzamelen, onder leiding van vermaarde sterrenkundige Frederick Kaiser. Hij liet bij de aanbouw een meridiaankijker installeren, een telescoop die pal naar het zuiden keek. Hiermee kon hij een nulmeridiaan specifiek voor Leiden bepalen, waarmee men de precieze tijd kon berekenen. Van 1860 tot 1911 werd de Nederlandse tijd zelfs volledig langs de Leidse meridiaan gemeten.

Om nog preciezer de meridianen, breedtegraden en sterposities te meten, werd er in 1898 een Zenitkijker op het terrein van de Sterrewacht geïnstalleerd, in het zogeheten Talcott-huisje ten oosten van de Sterrewacht, op precies dezelfde geografische breedte als de meridiaankijker. Dat waren de middelen die destijds nodig waren om te weten hoe laat het was, met Andrew Talcott als grondlegger van de methode. Vandaag de dag berekenen computers hoe laat het is en is de zenitkijker allang verplaatst. Maar het Talcotthuisje staat er nog steeds! 123 jaar later kunt u nu de Hortus betreden op deze belangrijke plek in de geschiedenis van de Universiteit en Nederland. 

Bij ons leer je de wereld kennen